Goede zorg in de wijk II: Monitoring wijkzorgnetwerk voor en met GGZ-cliënten

Translated title of the contribution: Good care in the neighbourhood II: Evaluating home care networks for and with psychiatric service-users

Research output: Book/ReportReportAcademic

Abstract

Keukentafelgesprek nog geen ervaren praktijk Een groot deel van de cliënten had nog niet te maken gehad met aflopende indicaties en/of een keukentafelgesprek. Wanneer de indicatie wel afliep, werd deze nog vaak (na kort beraad met de cliënt) zelfstandig verlengd door de begeleider die men al had. Dit is een gemiste kans voor eigen regie. Er leeft bij cliënten wel de behoefte aan een dialoog over de wensen en behoeften aan zorg. Ook afstemming tussen, de vaak vele, hulpverleners is belangrijk. Het keukentafel-gesprek kan hier een belangrijke rol in hebben, maar heeft dat nog te weinig in de praktijk. Goede informatie over keuzemogelijkheden is belangrijk tijdens het keukentafelgesprek. Cliënten hebben zelf vaak weinig inzicht in wat er mogelijk is.
Veel GGZ-cliënten hebben moeite met het formuleren van hun hulpvraag. Uit veel interviews bleek dat het voor cliënten lastig is om de eigen hulpvraag te formuleren en/of te (durven) stellen. De hulpvraag komt zelden in één gesprek boven tafel Cliënten stellen (mits zelfgekozen) prijs op de aanwezigheid van naasten bij het keukentafelgesprek. Wanneer het netwerk klein is kan een cliëntondersteuner of ervaringsdeskundige hier een belangrijke rol in spelen. Wanneer nodig moet er ruimte moet zijn voor meerdere gesprekken.
Het is belangrijk om oog te hebben voor de mantelzorger tijdens het keukentafelgesprek Slechts in een heel enkel geval werd de familie betrokken bij dit gesprek en/of werd er een sociale conferentie georganiseerd met naasten en/of professionals. Mantelzorgers kunnen een belangrijke signalerende functie hebben bij ‘zorgmijders’ Het is belangrijk om overbelasting bij mantelzorgers te signaleren. Mantelzorgers kunnen zelf veel steun hebben aan contact met lotgenoten en/of ervaringsdeskundigen.
Cliënten benoemen een gebrek aan communicatie en informatie vanuit de gemeente en/of de hulpverleners Er leeft veel onzekerheid bij cliënten over de toekomst van de ontvangen ondersteuning. Cliënten die nog géén keukentafelgesprek hebben gehad, gaan dit met “angst en beven’ tegemoet De nadruk op het keukentafelgesprek als dialoog over de eigen wensen en behoeften i.p.v. bezuinigingsmaatregel kan een deel van de angst wegnemen en biedt mogelijkheden voor empowerment van cliënten.
Kleine netwerken en eenzaamheid De sociale netwerken van GGZ cliënten zijn vaak klein en kwetsbaar. Cliënten benoemen zelf ook vaak dat ze moeite hebben met het onderhouden van contacten en het nemen van initiatief. Cliënten delen (expliciet en impliciet) veel verhalen van sociale én emotionele eenzaamheid.
Beroep op informele hulp en zorg vanuit de familie of vrienden vaak niet/niet altijd wenselijk Een beroep op hulp door vrienden en familie leidt er vaak toe dat (al kwetsbare) relaties veranderen in eenzijdige zorgrelaties die daarmee onder spanning komen te staan. Slechts in enkele gevallen wordt (mantel)zorg gegeven in wederkerige relaties. Cliënten geven zelf ook aan hun vrienden en familie niet graag om hulp te vragen. Gezonde” vriendschaps- en familierelaties kunnen juist bijdragen aan het herstel van cliënten. Het is belangrijk voor professionals om dit actief te stimuleren.
Nog veel te winnen op het gebied van vrijwillige inzet Er zijn slechts enkele cliënten die hulp krijgen van een vrijwilliger en/of ervaringsdeskundige, terwijl bijna alle cliënten aangeven hier wel voor open te staan. Vooral ondersteuning van ervaringsdeskundigen wordt gewaardeerd. In enkele gevallen wordt de ondersteuning afgebouwd, terwijl cliënten aangeven dat zij nog steeds hulpvragen hebben die door een vrijwilliger ingevuld kunnen worden. Meer aandacht voor de inzet van maatjes en/of ervaringsdeskundigen is nodig binnen het wijkzorgnetwerk.
Vrijwilligerswerk door cliënten is vaak kwetsbaar Het overgrote deel van het vrijwilligerswerk dat cliënten doen vind plaats binnen de GGZ (cliëntenraadswerk, ED, SCIP). Regulier vrijwilligerswerk loopt vaak stuk op conflicten met andere vrijwilligers en/of sluit niet aan bij de specifieke behoeften van de cliënten. Het werk van Doortje Kal over ‘Kwartiermaken’ biedt veel concrete handvaten voor participatie in de buurt, zoals het ‘maatje ter plaatse’.
Bijna alle cliënten kampen met (zware) gezondheidsproblemen en/of fysieke beperkingen … … en geven aan behoefte te hebben aan ondersteuning bij leefstijlveranderingen; gezond eten, stoppen met roken en bewegen. Relatief veel cliënten hebben een dubbeldiagnose. Hier liggen nog onbenutte kansen voor (woon)begeleiders en wijkverpleegkundigen om als wijkzorgpartners integrale zorg te bieden.
Original languageDutch
PublisherCentrum voor Cliëntervaringen
Number of pages60
Publication statusPublished - 2015

Cite this